1. Inleiding

1. Inleiding

Als u zelf stottert of als uw kind stottert, dan kunt u veel vragen hebben. Hoe wordt de diagnose gesteld? Wat kunt u verwachten van de behandeling? Met welke zorgverleners krijgt u te maken? Welke gevolgen kan stotteren hebben? Wanneer moet er doorverwezen worden? Welke nazorg is aan te raden? In deze brochure willen we hier antwoord op geven. We proberen alleen de voor u noodzakelijk informatie te geven, niet te veel en niet te weinig. U kunt de hoofdstukken die niet over de leeftijdscategorie van u of uw kind gaan overslaan.
Op deze website kunt u lezen wat in het algemeen de best beschikbare zorg is voor mensen die stotteren, voor zowel volwassenen als kinderen. Zo kunt u beter met uw zorgverlener(s) praten over de zorg die u krijgt en gericht vragen stellen. Ook kunt u deze website gebruiken om, samen met uw zorgverlener, te beslissen welke behandeling het beste bij u past.

Waar komt de informatie op deze website vandaan?

De informatie op deze website is gebaseerd op de Richtlijn Stotteren uit 2014. De informatie op deze website is geschreven door de werkgroep Richtlijn Stotteren in samenwerking met kwaliteitsinstituut voor de zorg CBO. De werkgroep bestaat uit logopedisten, logopedist-stottertherapeuten en vertegenwoordigers van de patiëntenvereniging, mensen die dus zelf stotteren. Hoe de patiënt* tegen stotteren aankijkt, stond centraal bij het opstellen van de richtlijn.

Wat is een richtlijn?

Een richtlijn is gemaakt voor zorgverleners, in dit geval voornamelijk voor logopedisten en logopedist-stottertherapeuten. Hierin staat beschreven wat in het algemeen de beste zorg is voor mensen die stotteren. In de Richtlijn Stotteren staan aanbevelingen en instructies voor hoe zorgverleners zouden moeten handelen. Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op de resultaten van betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek. Een andere doel van de richtlijn stotteren is de kennis van patiënten over stotteren vergroten.

Waar gaat de richtlijn niet over?

De richtlijn gaat uitsluitend over ‘ontwikkelingsstotteren’. Dit is de meest voorkomende vorm van stotteren bij volwassenen en kinderen.
De richtlijn gaat niet over andere vormen van stotteren, zoals stotteren ontstaan door een trauma, stress of met een neurologische oorzaak.
De richtlijn gaat ook niet over behandelingen waar geen betrouwbaar wetenschappelijk
onderzoek over gevonden is.

*De meeste personen die stotteren zien zichzelf niet als patiënt. Als er informatie uit een richtlijn zo geschreven wordt dat het bruikbaar is voor de zorggebruiker (in dit geval de persoon die stottert of de ouders daarvan), dan is het gebruikelijk dit een ‘patiëntenversie’ te noemen. Op deze website houden we dit aan.


–> Verder naar hoofdstuk 2
<-- Terug naar het menu